Open Brief aan Jean-Jacques De Gucht
17 May 2013 § Leave a Comment
Beste Jean-Jacques,
Beste parlementslid,
Vandaag mocht u in De Tijd een open brief schrijven aan onze minister van cultuur-en-nog-wat-andere-zaken Joke Schauvliege, waarin u het niet kunt laten even op de vrouw te spelen (Haha!, Zjef Genie! Haha!). Want u bent verontwaardigd. Het is dan ook godgeklaagd dat ‘ons belastingsgeld’ verdwijnt in de zakken van bevriende ondernemers. 850.000€! Voor een musical! Aan een vzw die niet alleen een negatief artistiek advies kreeg, maar het daar bovenop in het verleden ook al niet te nauw nam met subsidies! Schande! Gelukkig neemt u uw job als parlementslid ernstig, en bent u er om te waken over het geknoei van de Vlaamse Regering. Not on your watch! Ik hou wel van die attitude, beste Jean-Jacques.
Alleen jammer dat u nu pas ontwaakt. Waar was u, als kritisch parlementslid, de afgelopen maand? Het besluit van de Vlaamse Regering staat al sinds 19 april online. Een wakkere journalist van De Standaard liet toen al het nieuws los op de wereld. Ik maakte er kort melding van op deze blog. (Dat u dát gemist hebt, och kom, het is u vergeven.) Niemand reageerde. Geen enkel parlementslid merkte het op, of vond het de moeite waard er iets van te zeggen. Vond u het toen, als kritisch parlementslid dat waakt over het geknoei van de Vlaamse Regering, nog geen probleem? Of heeft u pas sinds kort weet van dat besluit dat, aldus De Morgen drie weken na datum, “in alle stilte” werd genomen? Je zou nochtans verwachten dat u als kritisch parlementslid dat waakt over het geknoei van de Vlaamse Regering af en toe zélf eens de besluiten van de Vlaamse Regering naleest. Tip: ze verschijnen elke vrijdag op deze website. U kunt zich er zelfs op abonneren – bespaart je de moeite helemaal zelf naar die site te moeten surfen.
Ik verwacht meer van u, beste Jean-Jacques. Ik verwacht meer van u, en ik verwacht meer van uw collega’s. Neem uw taak als parlementslid ernstig. U bent de vertegenwoordiger van de Vlamingen. U hebt de plicht de Regering te controleren. Dat betekent niet dat u pas te weten komt wat de Regering beslist heeft wanneer u het vier weken nadien toevallig in een krant tegenkomt. Dat is luiheid. Om dan verontwaardigd te komen doen met een open brief, dat is pathetisch. Neem uzelf, en uw taak, ernstig. En maak dat de volgende keer u degene bent die het nieuws brengt. Het zou uw geloofwaardigheid deugd doen.
met vriendelijke groeten,
Matthias Somers
Fiscaal optimaliseren en de ring van Gyges
16 May 2013 § 2 Comments
[Belastingen ontduiken via Luxemburgse postbusfirma's] is fraude. Het is zelfs een beetje naïef. Want de fiscus kan dat gemakkelijk achterhalen en bewijzen. [...] Het zou niet zo courant mogen zijn, want het is onverdedigbaar als het uitkomt.
Thierry Afschrift, fiscaal advocaat en hoogleraar, toont ons in De Tijd zijn moreel kompas.
Weg met de partijfinanciering!
13 May 2013 § Leave a Comment
Is er iets waarmee men makkelijker denkt te kunnen scoren dan met het afschilderen van politici als geldwolven die enkel met zichzelf bezig zijn? De reacties op de publicatie in De Tijd van de cijfers over de partijfinanciering waren dan ook allerminst verrassend: het lef van onze partijen om in deze tijden van crisis onze zuurverdiende centen naar zichzelf te versluizen! Schande! De N-VA –volgens het rapport de rijkste partij van het land, en nooit verlegen om een populistische uitspraak meer of minder– was er dan ook als de kippen bij om te pleiten voor een drastische vermindering van de partijtoelages. Er werd elders al gewezen op het tactische vernunft van dat pleidooi: omdat de kans dat andere partijen bereid zijn zichzelf een financiële strop om de hals te leggen vrij minimaal is, kun je jezelf voordoen als de enige partij die niet het eigen belang voorop stelt, terwijl je toch blijft genieten van de grootste geldstroom. Ka-tsjing!
Achter het pleidooi van de N-VA om partijen financieel droog te leggen, schuilt echter een nog veel kwalijker gedachtegang, één die er toe leidt dat partijen buitenspel gezet worden in de publieke discussie. Partijen dragen een bepaalde visie uit over de samenleving, een visie waarvan ze ons willen overtuigen en die ze, eens aan de macht, willen realiseren. En die visie strookt niet altijd met wat andere belangen voor ogen staat. Partijen dienen zich dan ook te wapenen opdat ze zich zouden kunnen staande houden in de publieke discussie: ze moeten kunnen voorleggen welke maatregelen noodzakelijk zijn, welke impact bepaalde regelgeving heeft, waartoe andere voorstellen zouden leiden, enzovoort. En dat vergt studie, studie, en nog eens studie. En studies kosten geld. Zonder eigen financiering worden partijen volledig afhankelijk gemaakt van wat bedrijven, lobbygroepen, werkgevers- en werknemersorganisaties, en administraties allerhande het voordelig achten mee te geven. Alsof Groen de discussie over nucleaire energie moet aangaan op basis van een dossier hen ‘als vriendendienst’ bezorgd door Electrabel.
Door het dicht draaien van de geldkraan verworden partijen tot louter de spreekbuis van externe krachten – precies wat de N-VA andere partijen verwijt (“de PS verdedigt enkel de belangen van de vakbond!”), maar waar ze zelf ook niet bepaald vies van zijn (“VOKA says so!”). Het pleidooi van de N-VA is een pleidooi om het politieke speelveld te laten bezetten door belangen die de kiezer niet ter verantwoording kan roepen. Je kunt je afvragen: wie wordt daar precies beter van?
Edit: Het argument en bref: Gebrekkige financiering leidt tot gebrekkig studiewerk, en gebrekkig studiewerk leidt tot een sterk verzwakte positie in het publieke debat van wie enige democratische legitimiteit kan claimen. Wie wordt daar beter van?
“I want us to trade our skins and our experiences”
3 May 2013 § Leave a Comment
Een open brief van de Zweedse auteur Jonas Hassen Khemiri, verschenen in het dagblad Dagens Nyheter, aan minister van Justitie Beatrice Ask, vertaald door Rachel Willson-Broyles voor het tijdschrift Asymptote. De brief van Khemiri werd al snel een van de meest gedeelde teksten in de Zweedse geschiedenis. Lees de brief helemaal, en je zult zien waarom. Behoorlijk heftig. En behoorlijk relevant. Enkele citaten:
I am writing to you with a simple request, Beatrice Ask. I want us to trade our skins and our experiences. Come on. Let’s just do it. [...] For twenty-four hours we’ll borrow each other’s bodies. First I’ll be in your body to understand what it’s like to be a woman in the patriarchal world of politics. Then you can borrow my skin to understand that when you go out into the street, down into the subway, into the shopping center, and see the policeman standing there, with the Law on his side, with the right to approach you and ask you to prove your innocence, it brings back memories.
[...]
Being twelve and going into Mega Skivakademien to listen to CDs, and every time we go there the security guards circle like sharks, they talk into walkie-talkies, they follow us at a distance of only a few meters. And we try to act normal, we strive to make our body language maximally noncriminal. Walk normally, Beatrice. Breathe as usual. Walk up to that shelf of CDs and reach for that Tupac album in a way that indicates you are not planning to steal it.
[...]
We sat in the police van for twenty minutes. Alone. But not really alone. Because a hundred people were walking by. And they looked in at us with a look that whispered, “There. One more. Yet another one who is acting in complete accordance with our prejudices.”
And I wish you had been with me in the police van, Beatrice Ask. But you weren’t. I sat there alone. And I met all the eyes walking by and tried to show them that I wasn’t guilty, that I had just been standing in a place and looking a particular way. But it’s hard to argue your innocence in the back seat of a police van.
A certain Minister of Justice explained that this had nothing to do with racial profiling but rather “personal experiences.” The routines of power. The practices of violence. Everyone was just doing their job. The security guards, the police, the customs officials, the politicians, the people.
[...]
And tonight in a bar line near you, non-white people systematically spread themselves out so as not to be stopped by the bouncer, and tomorrow in your housing queue those with foreign names are using their partners’ last names so as not to be dropped, and just now, in a job application, a completely average Swede wrote “BORN AND RAISED IN SWEDEN” in capital letters just because she knows what will happen otherwise. Everyone knows what will happen otherwise. But no one does anything.
Over hoofddoeken en monstertjes onder je bed
2 May 2013 § 1 Comment
Een gesluierde moslima aan het stadsloket vormt een bedreiging voor de neutraliteit van de overheid. Dat zei eerder Etienne Vermeersch al, die zich daarvoor op de lichtjes islamofobe stelling beriep dat moslimvrouwen met een hoofddoek homo’s wel afschuwelijk moeten vinden. En dat zegt nu ook Jurgen Slembrouck, verbonden aan de vrijzinnige dienst van de Universiteit Antwerpen. Zijn argument (en ik citeer): “dergelijke symbolen kunnen de vrijheidsbeleving van de burger negatief beïnvloeden.”
Keniye mag dus geen hoofddoek dragen aan het stadsloket, zegt Slembrouck (daarin bijgetreden door ‘tientallen prominenten uit onder meer de academische wereld’, schrijft De Standaard), omdat Bert, die een nieuwe identiteitskaart komt aanvragen, weleens de indruk zou kunnen krijgen dat zijn vrijheid beknot wordt door de hoofddoek van Keniye.
Parallel voorbeeld. Ik droom dat er een nest monsters onder mijn bed schuilt. Badend in het zweet word ik wakker. Mijn eerste idee: een fikse dosis javel over de broeihaard van verderf gieten – tant pis voor de mooie tapis-plein. Met een wilde sprong kan ik wel de afstand tussen bed en deur overbruggen, en vandaar is het maar een kort spurtje naar de voorraad schoonmaakmiddelen. Twee minuten, max, en ik ben van die rotmonsters af – de zalige slaap der onschuldigen zal snel weer mijn deel zijn.
Of ik kan natuurlijk eerst eens onder mijn bed kijken of er wel een nest monsters schuilt. Misschien hoef ik het vast tapijt niet te ruïneren.
Voor we Keniye het recht ontzeggen een hoofddoek te dragen, moeten we ons misschien eens afvragen of Bert wel een goede reden heeft zich in zijn vrijheid bedreigd te voelen. Het gevoel alleen van de ene is geen goede reden om de vrijheid van een ander echt te beknotten.
Het kan natuurlijk ook gewoon zijn dat ik tapis-plein stiekem lelijk vind. Het staat niet bij de rest van mijn interieur, weet je wel. En dan zijn alle excuses goed om er vanaf te raken. Zelfs monstertjes onder mijn bed.
Edit: Brussels Open VLD-politica Ann Brusseel voelde zich op twitter een beetje tekort gedaan door De Standaard omdat zij niet expliciet vernoemd werd als een van de ondertekenaars van de petitie tegen monstertjes onder je bed. Bij deze dus. Nu blij?
Niet vermeld als ondertekenaar brief over neutraliteit bij de overheid. Zou @dsopinie niet graag politici zien? Of heb ik verkeerd kleur?
— Ann Brusseel (@AnnBrusseel) May 2, 2013
Edit 2: Het kan denk ik geen kwaad ook nog eens expliciet te verwijzen naar een eerder stukje dat ik schreef over het hoofddoekenverbod, Neutraliteit en pluralisme:
Een overheid die toelaat dat haar medewerkers zelf kiezen of ze levensbeschouwelijke tekens dragen, zegt dat iedereen haar kan representeren, zolang ze zich maar inschrijven in de idee van een neutrale overheid: een overheid die iedereen op gelijke voet behandelt. [...] Het is tijd om de idée-fixe dat neutraliteit gelijk staat aan het met antiseptische middelen wissen van elk onderscheid achter ons te laten.
Democracy
30 April 2013 § Leave a Comment
If so much power lies outside the domain or the control of elected governments, it is surely odd to hold that the requirements of democracy are met when government alone is popularly elected and, in principle, accountable. Certainly it does nothing to enhance the reputation of democracy when its application is seen to be so restricted and its outcome so ineffectual. [...] If we hold to the idea of democracy as popular power, then it is clear that the concentration of so much power in non-accountable hands, outside the control of elected bodies, is incompatible with democracy. Far from being outdated, this old and broad conception of democracy holds out the only hope of compensating for the weaknesses of elected representative assemblies, dwarfed as they presently are by the bureaucratic and monopolistic structures of power which surround them.
Political democracy itself has not been realized simply by giving every adult person a vote in general and local elections. The principle of equality of political power which is embodied in the possession by each and every citizen of one vote stands in sharp contrast to the blatant inequalities in the distribution of political power in almost every other important respect.
Anthony Arblaster, Democracy (1987).



