“Een diploma wordt minder waard”

In een open brief aan de nieuwe minister van Onderwijs, Hilde Crevits, pleit Jonathan Holslag (zelf docent internationale politiek aan de VUB) ervoor om de fixatie op het universitair onderwijs te laten varen: niet iedereen moet per se richting universiteit geduwd worden; de toegang mag best wel weer wat selectiever. On zijn punt te staven haalt hij o.a. het volgende aan:

De werkloosheid onder hoogopgeleiden stijgt fenomenaal. […] Eigenlijk wordt een diploma dus minder waard.

Hoe zit het precies met die werkloosheid onder hoogopgeleiden in Vlaanderen?

Evolutie van de werkloosheidsgraad in VlaanderenHet is maar wat je een ‘fenomenale stijging’ noemt, natuurlijk.

Voor België zijn de cijfers over de werkloosheidsgraad opgesplitst naar opleidingsniveau beschikbaar vanaf 1992:

Evolutie van de werkloosheidsgraad in BelgiëEnkele opmerkingen:

1.Wanneer het op werkgelegenheidskansen aankomt, ben je met een diploma hoger onderwijs beter af dan zonder diploma hoger onderwijs. De werkloosheidsgraad bij middengeschoolden (i.e. wie maximum een diploma secundair onderwijs heeft behaald) ligt systematisch bijna dubbel zo hoog; voor laaggeschoolden (max. diploma lager secundair) ligt de werkloosheidsgraad doorheen de tijd zelfs meer dan drie keer zo hoog.

2. De werkloosheidsgraad bij hogergeschoolden stijgt en daalt mee met het ritme van de conjunctuur, al lijkt hij er iets minder gevoelig voor. Een stijging van de werkloosheid onder hooggeschoolden duidt eerder op het aanhouden van de crisis dan op het minder waard worden van een diploma hoger onderwijs – zeker omdat ook voor wie geen diploma hoger onderwijs heeft, in die jaren de werkloosheid stijgt, en het werkloosheidsrisico systematisch (een pak) hoger blijft liggen.

3. Kort gezegd, om de waarde van een diploma hoger onderwijs op de arbeidsmarkt te bepalen is wat telt niet de evolutie van de werkloosheidsgraad van hoger opgeleiden doorheen de tijd van primair belang, maar de verhouding tussen de werkgelegenheidskansen van iemand met en van iemand zonder diploma hoger onderwijs op een gegeven moment in de tijd.

4. Hoe kan dan toch de indruk ontstaan dat het aantal werkzoekenden zo fors stijgt en, ‘dus’, dat een diploma hoger onderwijs minder waard wordt? Simpelweg omdat het aantal mensen tout court met een diploma hoger onderwijs fors stijgt.ScholingsgraadBelgië en Vlaanderen zijn daarin trouwens absoluut niet uniek:Evolutie hooggeschoold bevolkingsaandeelDe scholingsgraad stijgt in ons land niet feller dan in de ons omliggende landen – integendeel.

Een stijging van het aantal mensen met een diploma hoger onderwijs of van het aandeel hooggeschoolden in de bevolking betekent ook absoluut niet dat zo’n diploma ‘minder waard’ wordt. Het idee lijkt hier te zijn dat een diploma hoger onderwijs recht geeft op een deel van een schat die ergens verborgen ligt: hoe meer mensen een diploma hebben, met hoe meer mensen je die schat moet delen, en hoe minder groot de buit die je zelf mee naar huis kan slepen. Dat klopt natuurlijk niet. Sta me toe me hier te beperken tot het verwijzen naar een cross-country studie uitgevoerd in augustus 2013 voor het Britse Department for Business Innovation and Skills. Het besluit:

Our econometric analysis indicated that a 1% increase in the share of the workforce with a university degree raises the level of long run productivity by 0.2-0.5%.

Of nog: een hoger opgeleide bevolking zorgt ervoor dat ook de schat groter kan worden.

Maar er is nog een andere reden waarom het een mythe is dat bij een stijgend aandeel hoger opgeleiden de waarde van een diploma hoger onderwijs zou verminderen.

Stel, bijvoorbeeld, dat België precies 500 inwoners telt, waarvan er 100 een diploma hoger onderwijs hebben, en de overige 400 niet. Van de hoogopgeleiden zijn er tien op zoek naar een job (de werkloosheidsgraad bij hoogopgeleiden bedraagt dus 10%), van de laagopgeleiden zijn er 100 op zoek naar een job (de werkloosheidsgraad bij laagopgeleiden is dus 25%). In totaal is dus 110 man of 22% van de bevolking werkloos, en van de werklozen is 1 op 11 hoogopgeleid.

In Nederland, dat ook 500 inwoners telt, heeft 200 man een diploma hoger onderwijs. De algemene werkloosheidsgraad is er net zoals in België 22% (er zijn dus 110 werkloze Nederlanders), en ook de werkloosheidsgraad onder hoogopgeleiden is er met z’n 10% even hoog als in België. Dat betekent dat er 20 hoogopgeleide werkloze Nederlanders zijn, en ‘maar’ 90 laagopgeleide. Nederland telt dus méér hoogopgeleide werklozen dan België, en minder laagopgeleide werklozen. Van de werklozen is niet zoals in België 1 op 11 maar het dubbele, 2 op 11, hoger opgeleid.

Betekent dat dat een diploma hoger onderwijs in Nederland ‘minder waard’ is dan in België? Integendeel: de werkloosheidsgraad bij degenen zonder diploma is er immers niet zoals in België 25% (100 van de 400), maar wel 30% (want 90 werklozen op een bevolking van 300 lager geschoolden). Of nog: zonder diploma hoger onderwijs heb je in Nederland niet 2,5 keer zoveel kans om zonder job te zitten, maar zelfs 3 keer meer kans werkloos te zijn. Als het erom gaat je kansen op werk gaaf te houden, loont het in Nederland met z’n hoger opgeleide bevolking dus des te meer om zelf ook hoogopgeleid te zijn: een diploma is er net méér waard dan in België.

De toegang tot de universiteit willen beperken omdat de werkloosheid onder hoogopgeleiden ‘fenomenaal gestegen’ is, is dus niet alleen gebaseerd op een ‘fout feit’ (niet alleen is de werkloosheid onder hoogopgeleiden niet ‘fenomenaal gestegen’, het is niet eens de relevante indicator), maar is bovendien contraproductief: door de participatie aan de universiteit te beperken beknot je niet alleen de werkgelegenheidskansen rechtstreeks voor wie de kans op hoger onderwijs zo ontnomen wordt, maar ook onrechtstreeks door de misgelopen economische groei.

Moet iedereen naar de universiteit? Zeker niet. Maar het is in ieders belang dat voor wie het wil en het kan, er geen drempels zijn.

 

— Er valt natuurlijk nog heel wat meer te zeggen, zowel over punten in de brief van Holslag als over de waarde van een diploma, maar deze post is zo al lang en vervelend genoeg. —

Kosteloos

Eigenlijk is het volstrekt onbegrijpelijk: leerlingen die niet de richting van hun keuze kunnen volgen, leerlingen die niet naar de school kunnen gaan die ze zich wensen, enkel en alleen omdat dat voor hen ‘te duur’ is.

En het gaat hier niet eens om hoger onderwijs – volgens sommigen een zaak die sowieso alleen voor de elite weggelegd hoort te zijn – maar om leerplichtonderwijs. Onderwijs dat elk kind in België moet volgen. En dat onderwijs, die basisvorming waarvan het recht voor iedereen gewaarborgd hoort te zijn, die wordt voor sommige kinderen te duur gemaakt.

Uit een enquête van de koepel van Vlaamse ouderverenigingen blijkt dat de ene school voor net dezelfde richting tot tien keer meer aanrekent dan de andere school. De factuur voor een jaartje onderwijs in de ene school kan tot 1.000 euro hoger oplopen dan de factuur in de andere school. Noodzakelijk voor het pedagogisch project? Het zou van iets minder hypocrisie getuigen mocht een school simpelweg een bordje ophangen aan de poort: ‘Enkel voor de kinderen van gegoede ouders. Anderen gelieve zich te onthouden.’

Reactie van de bevoegde minister: ‘Een oplossing is te complex. Als er een probleem zou zijn, kunnen die ouders bij de school zelf terecht om een oplossing te zoeken.’ Case closed. Het recht op gelijkwaardig onderwijs garanderen voor elk kind in Vlaanderen behoort blijkbaar niet tot de bevoegdheden van deze minister.

Het recht op kosteloos onderwijs, nota bene een grondwettelijk verankerd recht, is een grap geworden. De prijs van de verplichte boeken alleen al in sommige scholen: 660 euro. Per jaar.

Vorig jaar nog was er heibel omdat kinderen hun diploma niet uitgereikt kregen omdat ze nog onbetaalde rekeningen te vereffenen hadden. En meer en meer scholen schakelen incassobureaus in, zelfs deurwaarders, omdat ouders hun kinderen naar school blijven sturen terwijl ze het eigenlijk niet meer kunnen betalen. Kosteloos onderwijs, zei u?

De minister, die stuurt bezorgde ouders wandelen. Want oplossingen zijn ‘te complex’.

Het principe is nochtans eenvoudig. Een samenleving die onnodige drempels opwerpt die de toegang tot kwaliteitsvol onderwijs beperken, is fout bezig. Een minister voor wie die drempels wegwerken geen absolute prioriteit is, is fout bezig. Het kan niet dat, terwijl we nog nooit zo rijk zijn geweest, geldgebrek de schoolpoorten gesloten houdt, al was het maar voor één kind. Het kan niet dat kinderen uitgesloten worden omdat hun ouders krap bij kas zitten. Voer die maximumfactuur ook in het secundair in. Het Go!-onderwijs is alvast voor. Nu de minister nog.

 

[Deze tekst verscheen op 29/08 in DS Avond.]

Slimme kinderen, domme kinderen

Rijke kinderen zijn zogenaamd slimme kinderen met een aandoening. Arme kinderen zijn zogenaamd gewoon dom.

Ann-Sofie Dekeyser aanziet met lede ogen de manier waarop het goedbedoelde gezwaai met doktersbriefjes ongelijkheden in de klas bestendigt. (‘Moment!’, De Standaard, 15 februari 2013, p. 2)

Neutraliteit en pluralisme

Raymonda Verdyck, afgevaardigd bestuurder van het GO!, heeft een goed argument om leerlingen te verbieden levensbeschouwelijke tekens te dragen in het Vlaamse gemeenschapsonderwijs. Zegt ze.

Het verbod garandeert het pluralisme. Doordat de focus op levensbeschouwelijke kentekens binnen onze scholen niet meer aan de orde is, wordt de gelijkheid hersteld.

Laten we eens ‘levensbeschouwelijke kentekens’ in bovenstaand argument vervangen door ‘regenboog-T-shirts’, kwestie van mee te kunnen surfen op de populariteit van De Wevers provocaties:

Het verbod garandeert het pluralisme. Doordat de focus op regenboog-T-shirts niet meer aan de orde is, wordt de gelijkheid hersteld.

Dus alleen door elk zichtbaar verschil uit te wissen, alleen wanneer je aan iemand niet meer kunt zien of ie moslim is of homo, kan het pluralisme gegarandeerd worden en de gelijkheid hersteld. Nou.

In zekere zin gaat het gemeenschapsonderwijs zo nog verder dan zij die vinden dat medewerkers van de overheid van een absolute neutraliteit moeten blijk geven: het zijn immers niet alleen de leerkrachten die geen hoofddoek of kruisje mogen dragen, maar ook de leerlingen moeten elk teken van een overtuiging thuis achterlaten. Alsof je van iemand die zijn identiteitskaart komt vernieuwen eist dat hij, voor het gemeentehuis te betreden, zijn kruisje afneemt en wegstopt. Want anders zou de pluralistische samenleving weleens in gevaar kunnen komen. Nou.

De redenering van het gemeenschapsonderwijs rammelt, maar laten we ons even beperken tot de achterliggende idee dat de overheid neutraal moet zijn en dat die neutraliteit bezoedeld wordt wanneer je aan iemand die voor de overheid werkt kunt zien dat die katholiek is, of moslim, of sikh.

Er is een goede reden om te hameren op het belang van een neutrale overheid: de overheid moet elke burger op gelijke voet behandelen; religie, geslacht, politieke overtuiging, huidskleur, seksuele oriëntatie, of wat dan ook mag daarbij geen enkele rol spelen. Wanneer de overheid zich zou bekennen tot een bepaalde levensbeschouwelijke overtuiging, komt die gegarandeerde gelijkwaardigheid van elke burger voor de overheid echter in het gedrang: in een staat die zichzelf als katholiek ziet, ontstaat op zijn minst de indruk dat een moslim of een homo er minder bij hoort en niet op gelijke voet zal behandeld worden; in een rechtbank waar een groot kruisteken boven de rechter hangt, onstaat op zijn minst de indruk dat die rechter zich in haar uitspraken niet alleen door de wet, maar ook door de christelijke leer zal laten leiden.

Dat een overheid die zichzelf als katholiek ziet niet neutraal is, is evident. Dat een overheid die kruistekens hangt in de rechtbank niet neutraal is, is evident. Dat een overheid die haar medewerkers oplegt een kruisteken te dragen niet neutraal is, is evident. Maar volgt daaruit ook dat een overheid niet neutraal kan zijn wanneer ze toelaat dat haar medewerkers een kruisteken dragen, een hoofddoek, een tulband, een keppeltje, of helemaal geen levensbeschouwelijk teken? Dat is al heel wat minder evident. Want wat die overheid daar toont, is niet dat ze geleid wordt door deze of gene levensbeschouwelijke overtuiging, maar net dat ze de pluraliteit in de samenleving kan omarmen, en dat die pluraliteit een gelijke behandeling van elke burger niet in de weg hoeft te staan. Een overheid die al haar medewerkers oplegt een kruisteken te dragen, zegt dat alleen christenen haar kunnen representeren. Een overheid die toelaat dat haar medewerkers zelf kiezen of ze levensbeschouwelijke tekens dragen, zegt dat iedereen haar kan representeren, zolang ze zich maar inschrijven in de idee van een neutrale overheid: een overheid die iedereen op gelijke voet behandelt.

Dat Keniye een hoofddoek draagt, vormt geen bedreiging voor een neutrale overheid of voor een pluralistische school; het is maar wanneer Keniye’s hoofddoek als onproblematisch gezien wordt dat een echt neutrale overheid en een echt pluralistische school bereikt is. Het is tijd om de idée-fixe dat neutraliteit gelijk staat aan het met antiseptische middelen wissen van elk onderscheid achter ons te laten. Het krampachtig proberen om aan het stadsloket elk verschil onzichtbaar te maken draagt niet bij aan een neutrale overheid, net zomin als het krampachtig proberen om op school elk verschil onzichtbaar te maken bijdraagt tot pluralisme en gelijkheid.

De Standaard, de N-VA, en hakken in het onderwijsbudget

Vlaamse regering zoekt ‘relatief veel geld’“, zo kopte De Standaard gisteren. Minstens 750 miljoen zou er bij elkaar gezocht moeten worden, met maatregelen allerhande, om de begroting rond te krijgen. En dat betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden.

Één van de partijen die deel uitmaakt van de Vlaamse regering is de N-VA. En de N-VA heeft de wind in de zeilen. Dus: zelfvertrouwen te koop. Ze heeft ook zo haar dada: het uitbouwen van een eigen Vlaamse sociale zekerheid, bovenop de Belgische (om dan nadien te komen zeuren over de inefficiëntie van de Belgische staatsstructuur, maar passons); de Vlaamse kindpremie moet daarvan het begin vormen. Waarbij het handig meegenomen is dat, in ruil voor een zakje rinkelende munten, Brusselaars gedwongen kunnen worden voor een gemeenschap te kiezen (de Brusselse gemeenschap is helaas geen optie). Zo’n kindpremie kost, jammer genoeg, handenvol geld. Geld dat er niet is. Om dit symbooldossier van de N-VA te redden, zal er dus elders (extra) bezuinigd moeten worden.

En wat lezen we dan in De Standaard: “Naar verluidt zou vooral N-VA op onderwijs willen knibbelen.” Dus. De kindpremie moet er komen. Om dat mogelijk te maken, moet er gehakt worden in het budget voor onderwijs. Omdat ik weet dat De Standaard een kritische kwaliteitskrant is, weet ik dat er dan doorgevraagd zal worden. Waar precies wil de Vlaams-nationalistische partij schrappen in het onderwijsbudget? Minder geld voor de broodnodige scholenbouw? Minder geld voor ondersteuning aan kinderen met leerproblemen? Liever terug wat grotere klassen? Geen geld meer voor maatregelen om leerkrachten te ontlasten van administratieve taken, zodat ze zich weer zouden kunnen concentreren op hun eigenlijke taak, het opleiden van onze kinderen? – Helaas, De Standaard blijft ons het antwoord verschuldigd. We leren niet welke moeilijke keuzes de N-VA wil maken.

Zijn ze stoemelings vergeten te vragen wààr de N-VA dan wel wil schrappen in onderwijs? Hebben ze het wel gevraagd, maar wil de N-VA niet antwoorden op die vraag? En is dàt dan geen nieuws? Of waren er belangrijker dingen te melden, en kon dat er nu toch écht niet meer bij? Of zei de hoofdredactie dat ze de laatste tijd al wel genoeg over de N-VA gebazeld hadden, en dat het nu wel goed geweest was?

Het klopt dat er de de laatste weken elfendertig artikels over het dieetboek van De Wever zijn verschenen, en nog eens zestien om uit te leggen waarom dat geen nieuws was. Als dat betekent dat, wanneer die partij inhoudelijk een belangrijke keuze moet maken, dat niet meer in de krant kan, tja, pech. En sowieso zou het er vandaag écht niet meer in geraakt zijn: er moesten immers nog eens vijf artikels en drie opiniestukken over een stelletje relschoppers gepubliceerd worden. Ook een kwaliteitskrant moet zijn prioriteiten stellen.

Het kan natuurlijk ook dat de N-VA helemaal niet wil schrappen in het onderwijsbudget, ook al schreef De Standaard van wel. Maar een krant die me iets op de mouw probeert te spelden? Dat kan ik maar moeilijk geloven.

Edit (25 sept. 2012): De Vlaamse begroting is opgesteld, de kindpremie wordt —voorlopig— dan toch uitgesteld. Besparingen in het onderwijs blijven zo beperkt. Daarover zul je me dus alvast niet horen klagen. (Sommige andere (niet-)maatregelen daarentegen…)