Over hoofddoeken en monstertjes onder je bed

Een gesluierde moslima aan het stadsloket vormt een bedreiging voor de neutraliteit van de overheid. Dat zei eerder Etienne Vermeersch al, die zich daarvoor op de lichtjes islamofobe stelling beriep dat moslimvrouwen met een hoofddoek homo’s wel afschuwelijk moeten vinden. En dat zegt nu ook Jurgen Slembrouck, verbonden aan de vrijzinnige dienst van de Universiteit Antwerpen. Zijn argument (en ik citeer): “dergelijke symbolen kunnen de vrijheidsbeleving van de burger negatief beïnvloeden.”

Keniye mag dus geen hoofddoek dragen aan het stadsloket, zegt Slembrouck (daarin bijgetreden door ‘tientallen prominenten uit onder meer de academische wereld’, schrijft De Standaard), omdat Bert, die een nieuwe identiteitskaart komt aanvragen, weleens de indruk zou kunnen krijgen dat zijn vrijheid beknot wordt door de hoofddoek van Keniye.

Parallel voorbeeld. Ik droom dat er een nest monsters onder mijn bed schuilt. Badend in het zweet word ik wakker. Mijn eerste idee: een fikse dosis javel over de broeihaard van verderf gieten – tant pis voor de mooie tapis-plein. Met een wilde sprong kan ik wel de afstand tussen bed en deur overbruggen, en vandaar is het maar een kort spurtje naar de voorraad schoonmaakmiddelen. Twee minuten, max, en ik ben van die rotmonsters af – de zalige slaap der onschuldigen zal snel weer mijn deel zijn.

Of ik kan natuurlijk eerst eens onder mijn bed kijken of er wel een nest monsters schuilt. Misschien hoef ik het vast tapijt niet te ruïneren.

Voor we Keniye het recht ontzeggen een hoofddoek te dragen, moeten we ons misschien eens afvragen of Bert wel een goede reden heeft zich in zijn vrijheid bedreigd te voelen. Het gevoel alleen van de ene is geen goede reden om de vrijheid van een ander echt te beknotten.

Het kan natuurlijk ook gewoon zijn dat ik tapis-plein stiekem lelijk vind. Het staat niet bij de rest van mijn interieur, weet je wel. En dan zijn alle excuses goed om er vanaf te raken. Zelfs monstertjes onder mijn bed.

(© Bill Watterson – Calvin & Hobbes)

Edit: Brussels Open VLD-politica Ann Brusseel voelde zich op twitter een beetje tekort gedaan door De Standaard omdat zij niet expliciet vernoemd werd als een van de ondertekenaars van de petitie tegen monstertjes onder je bed. Bij deze dus. Nu blij?

Edit 2: Het kan denk ik geen kwaad ook nog eens expliciet te verwijzen naar een eerder stukje dat ik schreef over het hoofddoekenverbod, Neutraliteit en pluralisme:

Een overheid die toelaat dat haar medewerkers zelf kiezen of ze levensbeschouwelijke tekens dragen, zegt dat iedereen haar kan representeren, zolang ze zich maar inschrijven in de idee van een neutrale overheid: een overheid die iedereen op gelijke voet behandelt. […] Het is tijd om de idée-fixe dat neutraliteit gelijk staat aan het met antiseptische middelen wissen van elk onderscheid achter ons te laten.

Mill en Vermeersch

Zou J.S. Mill het in de inleiding van On Liberty over Etienne Vermeersch hebben gehad?

Some of those modern reformers who have placed themselves in strongest opposition to the religions of the past, have been noway behind either churches or sects in their assertions of the right of spiritual domination.

Goede bedoelingen monden al te vaak uit in hun tegendeel. Het ideaalbeeld van een illusoire neutraliteit waaraan elkeen zou moeten voldoen is net zo goed een instrument van onderdrukking als elk door een religie opgelegd ideaalbeeld.

Neutraliteit en pluralisme

Raymonda Verdyck, afgevaardigd bestuurder van het GO!, heeft een goed argument om leerlingen te verbieden levensbeschouwelijke tekens te dragen in het Vlaamse gemeenschapsonderwijs. Zegt ze.

Het verbod garandeert het pluralisme. Doordat de focus op levensbeschouwelijke kentekens binnen onze scholen niet meer aan de orde is, wordt de gelijkheid hersteld.

Laten we eens ‘levensbeschouwelijke kentekens’ in bovenstaand argument vervangen door ‘regenboog-T-shirts’, kwestie van mee te kunnen surfen op de populariteit van De Wevers provocaties:

Het verbod garandeert het pluralisme. Doordat de focus op regenboog-T-shirts niet meer aan de orde is, wordt de gelijkheid hersteld.

Dus alleen door elk zichtbaar verschil uit te wissen, alleen wanneer je aan iemand niet meer kunt zien of ie moslim is of homo, kan het pluralisme gegarandeerd worden en de gelijkheid hersteld. Nou.

In zekere zin gaat het gemeenschapsonderwijs zo nog verder dan zij die vinden dat medewerkers van de overheid van een absolute neutraliteit moeten blijk geven: het zijn immers niet alleen de leerkrachten die geen hoofddoek of kruisje mogen dragen, maar ook de leerlingen moeten elk teken van een overtuiging thuis achterlaten. Alsof je van iemand die zijn identiteitskaart komt vernieuwen eist dat hij, voor het gemeentehuis te betreden, zijn kruisje afneemt en wegstopt. Want anders zou de pluralistische samenleving weleens in gevaar kunnen komen. Nou.

De redenering van het gemeenschapsonderwijs rammelt, maar laten we ons even beperken tot de achterliggende idee dat de overheid neutraal moet zijn en dat die neutraliteit bezoedeld wordt wanneer je aan iemand die voor de overheid werkt kunt zien dat die katholiek is, of moslim, of sikh.

Er is een goede reden om te hameren op het belang van een neutrale overheid: de overheid moet elke burger op gelijke voet behandelen; religie, geslacht, politieke overtuiging, huidskleur, seksuele oriëntatie, of wat dan ook mag daarbij geen enkele rol spelen. Wanneer de overheid zich zou bekennen tot een bepaalde levensbeschouwelijke overtuiging, komt die gegarandeerde gelijkwaardigheid van elke burger voor de overheid echter in het gedrang: in een staat die zichzelf als katholiek ziet, ontstaat op zijn minst de indruk dat een moslim of een homo er minder bij hoort en niet op gelijke voet zal behandeld worden; in een rechtbank waar een groot kruisteken boven de rechter hangt, onstaat op zijn minst de indruk dat die rechter zich in haar uitspraken niet alleen door de wet, maar ook door de christelijke leer zal laten leiden.

Dat een overheid die zichzelf als katholiek ziet niet neutraal is, is evident. Dat een overheid die kruistekens hangt in de rechtbank niet neutraal is, is evident. Dat een overheid die haar medewerkers oplegt een kruisteken te dragen niet neutraal is, is evident. Maar volgt daaruit ook dat een overheid niet neutraal kan zijn wanneer ze toelaat dat haar medewerkers een kruisteken dragen, een hoofddoek, een tulband, een keppeltje, of helemaal geen levensbeschouwelijk teken? Dat is al heel wat minder evident. Want wat die overheid daar toont, is niet dat ze geleid wordt door deze of gene levensbeschouwelijke overtuiging, maar net dat ze de pluraliteit in de samenleving kan omarmen, en dat die pluraliteit een gelijke behandeling van elke burger niet in de weg hoeft te staan. Een overheid die al haar medewerkers oplegt een kruisteken te dragen, zegt dat alleen christenen haar kunnen representeren. Een overheid die toelaat dat haar medewerkers zelf kiezen of ze levensbeschouwelijke tekens dragen, zegt dat iedereen haar kan representeren, zolang ze zich maar inschrijven in de idee van een neutrale overheid: een overheid die iedereen op gelijke voet behandelt.

Dat Keniye een hoofddoek draagt, vormt geen bedreiging voor een neutrale overheid of voor een pluralistische school; het is maar wanneer Keniye’s hoofddoek als onproblematisch gezien wordt dat een echt neutrale overheid en een echt pluralistische school bereikt is. Het is tijd om de idée-fixe dat neutraliteit gelijk staat aan het met antiseptische middelen wissen van elk onderscheid achter ons te laten. Het krampachtig proberen om aan het stadsloket elk verschil onzichtbaar te maken draagt niet bij aan een neutrale overheid, net zomin als het krampachtig proberen om op school elk verschil onzichtbaar te maken bijdraagt tot pluralisme en gelijkheid.