De buurt maakt de man

Zuhal Demir vertelt het graag en ze vertelt het gretig, hoezeer ze haar vader bewondert omdat hij de beste beslissing uit haar leven heeft genomen: verhuizen uit de cité waar ze opgroeide naar -zoals zij het omschrijft- “een betere, witte buurt.” Een huis huren een paar straten verderop, het zorgde ervoor dat ze niet alleen haar oude buurt achterliet, maar ook haar oude toekomstkansen. Demir is er stellig van overtuigd: zonder de stap van haar vader zou ze nu niet gestaan hebben waar ze staat: districtburgemeester in Antwerpen, parlementslid in Brussel, niet op haar mondje gevallen succesvolle vrouw in Vlaanderen.

En recent onderzoek van Ray Chetty, Nathaniel Hendren, en Lawrence Katz (Harvard University) lijkt haar ook gelijk te geven. Zij grepen terug naar een Amerikaans experiment uit de jaren ’90, waarin de overheid 4600 gezinnen die leefden in armoedige buurten via een loterij verdeelde in drie willekeurige groepen. De eerste groep was de controlegroep: voor hen veranderde er niets. De tweede groep kreeg huursubsidies waarmee ze konden verhuizen waarheen ze maar wilden, en de derde groep kreeg huursubsidies om te verhuizen naar een rijke buurt. Uit eerder opvolgonderzoek bleek al dat de volwassenen die naar een betere buurt verhuisden later zowel psychisch als fysiek gezonder waren dan de volwassenen uit de controlegroep, maar op het latere inkomen leek verhuizen naar een minder arme buurt weinig of geen effect te hebben. Ondertussen zijn echter ook de kinderen die nog jong waren op het moment van de verhuis aan de slag gegaan, en dus konden Chetty, Hendren, en Katz ook hun inkomens vergelijken met de inkomens van hun generatiegenoten uit de controlegroep. En wat blijkt? Het gemiddeld inkomen van een kind dat verhuisde naar een rijke buurt voor zijn 13de verjaardag ligt maar liefst 31% hoger dan het gemiddeld inkomen van zijn leeftijdsgenoten die achterbleven in de arme buurt. (De inkomens van de kinderen uit de tweede groep liggen tussen deze twee uitersten in.) Voor een kind dat op z’n achtste verhuist, berekenen de onderzoekers dat het zo in zijn leven 302,000$ méér zal verdienen dan wanneer het in de oude buurt zou achterblijven: een gezin met jonge kinderen subsidiëren om te verhuizen uit een arme buurt naar een rijke buurt is dus niet alleen voordelig voor het gezin zelf, maar ook voor de staat – de verhuissubsidies zijn met de hogere belastinginkomsten uit het hogere inkomen zo terugverdiend. Of nog: ouders verhuizen van een arme naar een rijke buurt is een verdomd efficiënte manier om hun kinderen een paar treden van de socialemobiliteitsladder te laten bestijgen.

Dit is een sterk experiment in de zin dat de selectie van de drie groepen, doordat het per loting gebeurde, erg willekeurig was, maar het is natuurlijk maar een relatief kleine sample. Chetty en Hendren beperkten zich echter niet tot deze groep, maar volgden in een andere studie via belastingaangiften het levenspad van meer dan 5 miljoen gezinnen tussen 1996 en 2012: waar ze woonden, waarheen ze verhuisden, hoe het hen en hun kinderen in het leven verging. En het eerdere beeld bevestigt zich hier: kinderen die opgroeien in een buurt met een hoger gemiddeld inkomen, zullen door de band genomen zelf een hoger inkomen hebben, en hoe vroeger kinderen uit een arme wijk verhuizen naar een rijkere wijk, hoe dichter hun latere inkomen het inkomen van hun generatiegenoten uit die rijke wijk zal benaderen. Elk jaar extra dat een kind opgroeit in een ‘slechte’ wijk, leidt tot slechtere uitkomsten later in het leven – en omgekeerd.

Het voordeel aan de grootschalige studie van Chetty en Hendren is dat ze in staat zijn ook te kijken naar bijvoorbeeld de impact van een verhuis op twee kinderen van verschillende leeftijd uit hetzelfde gezin. Het effect herhaalt zich hier: het jongste kind, dat dus op vroegere leeftijd verhuist van een armere naar een rijkere wijk, zal hier meer voordeel uit halen dan het oudere kind, en dat voordeel is groter naarmate het leeftijdsverschil tussen de twee kinderen groter is. Opnieuw blijkt: elk jaar extra opgroeien in een bepaalde wijk brengt je eigen levenskansen meer in lijn met de gemiddelde levenskansen van die wijk. Chetty en Hendren durven er zelfs een cijfer op kleven (dat ze op verschillende factoren controleren en bevestigd zien): tussen de 50 en de 70% van de geobserveerde variatie in de uitkomsten van kinderen uit verschillende buurten weerspiegelt het causale effect van opgroeien in die buurten.

Voor zover een Amerikaanse studie overdraagbaar is op België, lijkt Zuhal Demir in een belangrijk opzicht dus gelijk te hebben: de buurt maakt de man, misschien zelfs meer dan het gezin waarin je opgroeit.

[Deze bijdrage verscheen eerder in het Schaduwparlement op Knack.be.]

Een gedachte over “De buurt maakt de man

  1. Een belangrijke opmerking hier is dat in de VS het budget van een school in grote mate bepaald is door hoe rijk het schooldistrict waarin ze zich bevindt is (aangezien de subsidies voortkomen uit lokale belastingen — vooral op onroerend goed als ik me niet vergis). De resultaten kunnen dus niet zomaar op Vlaanderen / België worden toegepast aangezien onze scholen centraal gesubsidieerd worden en dus over het algemeen gelijkaardige budgetten hebben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s