‘Efficiëntiewinst’, een bitter toverdrankje: loonlasten verlagen op kap van de sociaal zwakkeren?

Moeten er eerst extra banen komen om dan een loonlastenverlaging te kunnen doorvoeren of omgekeerd en waar moet de overheid dat geld vandaan halen, daarover werd deze week al flink gedebatteerd. Toch vreemd dat in alle talen gezwegen wordt over een vermogensbelasting, zegt Matthias Somers.

[Deze bijdrage verscheen eerder in De Standaard.]

Gert Peersman riep eergisteren op tot een tewerkstellingspact, waarbij bedrijven extra jobs creëren om vervolgens door de overheid beloond te worden met een loonlastenverlaging. Het VBO reageerde daarop met de vaak gehoorde klacht dat extra jobs simpelweg niet mogelijk zijn zolang bedrijven niet eerst al kunnen genieten van een extra lastenverlaging. De overheid heeft het geld niet om daarmee te beginnen, stelt Peersman. Jawel, antwoordt het VBO, want ‘we kunnen de groei in de werkingskosten van de overheid al met ongeveer 4 miljard afremmen’ (ziedaar de eerste miljarden voor een belastingvermindering), en bovendien ‘moeten gelijkaardige efficiëntiewinsten gezocht worden in de sociale zekerheid’ (en daar zijn de volgende miljarden al): pas nadien kan er gepraat worden over eventuele extra jobs.

‘Efficiëntiewinsten’ is het nieuwe ‘structurele hervormingen’: het klinkt goed, en ondertussen hoef je niet te zeggen waarin die befaamde efficiëntiewinsten wel schuilen. Het is dan ook een leuke oefening om eens na te gaan waar al die miljarden van het VBO zogezegd te vinden zijn.

Overheid opgedoekt

Zoals het VBO zelf weet, is het de federale overheid die opdraait voor de kostprijs van de structurele loonlastenverlaging die de werkgeversorganisatie eist. De 4 miljard euro ruimte die het VBO ziet op de werking van de overheid, moeten we dan ook in de eerste plaats in het federale budget zoeken. De primaire uitgaven voor 2013, zonder wat onder de sociale zekerheid valt, bedroegen 24 miljard euro. Gelukkig zijn de manieren waarop je daar 4 miljard (of 17 procent van het totaal) kan besparen schier eindeloos. Je kan bijvoorbeeld én 17 procent van alle ambtenaren ontslaan, én 17 procent snijden in het budget van de politie, én 17 procent in het defensiebudget, én nog eens 17 procent besparen op ontwikkelingssamenwerking, en zo voor alle andere diensten van de federale overheid. Of je kan ongeveer twee derde van alle federale ambtenaren ontslaan, al moet je dan wel even de extra werkloosheidsuitkeringen die de overheid zal moeten ophoesten vergeten. Of je kan én de hele federale politie, én het hele justitieapparaat opdoeken. Makkelijk zat! Het VBO noemt dat ‘de groei van de werkingskosten van de overheid afremmen.’ Mij lijkt dat veeleer goed op weg zijn de overheid zelf op te doeken.

Nog volgens het VBO zijn ‘gelijkaardige efficiëntiewinsten’ te boeken in de sociale zekerheid. Wil dat zeggen dat de werkgevers, om zichzelf een belastingverlaging cadeau te kunnen doen, ook zeventien procent denken te kunnen besparen op de sociale zekerheid? Dat betekent immers én 17 procent knippen in de pensioenen, én 17 procent besparen op het budget van gezondheidszorg, én voor 17 procent snijden in de kinderbijslag, enzovoort.

Of denkt het VBO 4 miljard euro te schrappen in de sociale zekerheid? Dat zou neerkomen op een vermindering van de kinderbijslagen met twee derde, of simpelweg alle vervangingsinkomens voor zieken en invaliden afschaffen. Zij noemen dat efficiëntiewinsten. Ik noem dat een hard, koud, asociaal beleid. En waarvoor?

Niet om extra banen te creëren, zoals Peersman met zijn voorstel tot een tewerkstellingspact op het oog had. Daarvoor zien de werkgevers zelfs mét een forse belastingvermindering in vele sectoren geen ruimte: ‘Lagere lasten op arbeid zullen in de industrie allicht niet veel extra banen creëren’, schrijft VBO-topman Pieter Timmermans, ‘het houdt hoogstwaarschijnlijk in dat de daling in de tewerkstelling wordt afgeremd.’

Het spook van de vermogensbelasting

In ruil voor het opdoeken van grote delen van de federale overheid en van de sociale zekerheid krijgen we dus van de werkgevers de belofte dat er in de industrie nog altijd banen zullen verdwijnen, maar dan wat minder. Voorwaar een mooi vooruitzicht. Mogen we van de grootste werkgeversorganisatie vragen alsjeblieft iets meer ambitie te tonen voor deze sector die goed is voor 85 procent van onze export en die rechtstreeks en onrechtstreeks 865.000 banen creëert?

Het is opvallend dat in heel deze discussie de mogelijkheid van een tax shift, waarbij én de lasten op arbeid worden verlaagd, én de goede werking van de overheid en de sociale zekerheid wordt gevrijwaard, nergens opduikt. Alhoewel. Moeten we echt verwonderd zijn dat het patronaat het spook van een vermogensbelasting niet wil wekken, maar liever wie pech heeft in het leven in de kou laat staan?