Een kaduke wet in een kaduke democratie

Laat vrijdagavond bereikte de regering eindelijk een akkoord over het zomerakkoord. Maandag, gisteren dus, moesten de teksten die het winterse zomerakkoord in wetten vertalen eindelijk ingediend worden in de Kamer: honderden en nog eens honderden bladzijden dichtbedrukt met een doolhof van nieuwe regels. Vandaag krijgt de commissie voor financiën en begroting het privilege die teksten snel even te mogen doorbladeren en goed te keuren, zodat de wet volgende week, nog net vóór Kerstmis en de vakantie die hen wacht, door de voltallige Kamer van Volksvertegenwoordigers kan gestemd worden.

En dan worden we wakker in een land waarin de vennootschapsbelasting er grondig anders uitziet (maar noem het geen cadeau aan bedrijven), waar wie al een job heeft er onbelast een tweede job kan bijnemen (maar noem het wel vrijwilligerswerk), waarin een tandeloze effectentaks nog eens kan bewijzen dat een vermogensbelasting niets opbrengt en waar dividenden deels vrijgesteld worden van belasting (een cadeautje voor wie aandelen bezit), waar jongeren plots een pak minder zullen verdienen en minder sociale rechten zullen opbouwen al doen ze net hetzelfde werk als anderen, en waar het recht op een inkomensvervangende tegemoetkoming voor gehandicapten verder beperkt wordt. Dat alles en nog veel meer in één enkele wet, deze week nog maar in de bus, volgende week al goedgekeurd.

Men kan zich de vraag stellen waarom een regering die vijf jaar aan de macht is en alle tijd van de wereld had om grondig en bedachtzaam te werk te gaan, deze mikmak in geforceerde draf door het parlement jaagt.

Het gaat om maatregelen die potentieel zware implicaties hebben voor de organisatie van de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid, implicaties waar nauwelijks tot geen rekenschap van werd gegeven bij het nachtelijke gemarchandeer tussen slaapdronken ministers. Neem alleen al dat onbelast bijverdienen: de verzamelde werkgevers- en werknemersorganisaties geven een vernietigend advies, verenigingen uit het middenveld en academici van allerlei slag smeken haast op hun blote knieën om het niet te doen – maar een half dozijn politici bang voor gezichtsverlies weet wel beter. En onze volksvertegenwoordigers staan erbij en volgen gedwee de instructies van hogerhand. Geen gezeur, geen bemoeienis, gewoon braaf op het juiste knopje duwen. Mijn hand eraf als meer dan tien procent van hen zal gelezen hebben wat ze zullen stemmen.

In een gezonde democratie komt het toe aan de vertegenwoordigers van het volk om zich uit te spreken over wetgeving met zulke impact op de organisatie van onze maatschappij. Zij worden gekozen om de verzuchtingen van het volk te vertalen in beleid, elk vanuit hun idee van wat in het algemeen belang is en elk met hun idee van hoe een goede samenleving vorm krijgt. In het forum van het parlement moeten die al die verschillende verzuchtingen en ideeën over de maatschappij stem krijgen zodat zij het beleid kunnen bepalen.

Niets van dat alles. Er wordt vandaag niet eens meer gedaan alsof onze volksvertegenwoordigers nog enige rol te spelen hebben. Het parlement vertegenwoordigt niet meer het volk tegenover de regering, maar de regering tegenover het volk; het parlement vertolkt niet meer de stem van alle burgers van dit land, maar is de uitvoerder van de dictaten van ministers. Vandaag op het parlementaire programma: een kaduke wet in een kaduke democratie.

— Dit stuk verscheen op 12 december in De Morgen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s