Enkele vragen over de werkgelegenheidsgraad bij ouderen

Hier geen column of een uitgewerkte analyse, maar enkele cijfers op een rijtje om mijn gedachten te ordenen en input van meer bekwame mensen te vragen. De aanleiding is het merkwaardige verschil in evolutie van de werkgelegenheidsgraad bij ouderen tussen België enerzijds en Nederland en Duitsland anderzijds: wat verklaart dit verschil?

Ten eerste: de evolutie van de werkgelegenheidsgraad van enkele leeftijdsgroepen in België, Nederland, en Duitsland sinds 1983 (de eerste jaren waarin we via de Labour Force Survey van Eurostat vergelijkbare cijfers over de verschillende landen vinden; de Duitse cijfers voor 1990 slaan op West-Duitsland).

Screen Shot 2017-10-17 at 11.09.46Screen Shot 2017-10-17 at 11.10.01Screen Shot 2017-10-17 at 11.10.17

Eerste opvallende conclusie: in alle drie de verschillende leeftijdscategorieën liggen de Belgische cijfers lager dan de Nederlandse en de Duitse, maar waar België voor de leeftijdsgroep van 50- tot 54-jarigen de kloof enigszins verkleind heeft, en waar de kloof voor de leeftijdsgroep van 55- tot 59-jarigen doorheen de jaren relatief stabiel is gebleven, is het verschil in evolutie voor de oudste leeftijdsgroep van 60- tot 64-jarigen sinds de eeuwwisseling meer dan opmerkelijk te noemen.

De verschillende evolutie doet zich ook zowel voor mannen als voor vrouwen voor:

Screen Shot 2017-10-17 at 11.16.39

Uit het beeld van de grafieken blijkt duidelijk dat het omslagpunt voor de leeftijdsgroep van 60- tot 64-jarigen rond de eeuwwisseling ligt. Voordien ligt de werkgelegenheidsgraad in België weliswaar lager dan in Nederland en Duitsland, maar de evolutie in de drie landen vertoont een gelijkaardig patroon: een lichte daling in de jaren ’80 en begin jaren ’90, vervolgens een stabilisatie van de werkgelegenheidsgraad van ouderen op een laag niveau. Vanaf de eeuwwisseling begint de werkgelegenheidsgraad van 60- tot 64-jarigen in de drie verschillende landen te stijgen, maar in Nederland en Duitsland wel aan een veel sterker tempo dan in België:

Screen Shot 2017-10-17 at 11.21.22

Uit bovenstaande grafiek blijkt duidelijk dat, ook al slaagt België er wel degelijk in om de werkgelegenheidsgraad van 60- tot 64-jarigen jaar na jaar op te trekken sinds het begin van de jaren 2000, het tempo van die stijging ook jaar na jaar fors onder de versnelling van Nederland en Duitsland ligt. Of het nu onder paars-groen is, onder paars, onder rooms-blauw, of onder blauw-geel: België presteert opmerkelijk veel slechter wat betreft het optrekken van de werkgelegenheidsgraad van 60- tot 64-jarigen dan Nederland en Duitsland, en bovendien vertraagt het Belgische groeitempo zelfs jaar na jaar. De kloof groeit dus nog, en de opeenvolgende regeringen in België zijn er niet in geslaagd een antwoord op deze uitdaging te formuleren.

We kunnen de evolutie van de werkgelegenheidsgraad in de verschillende leeftijdscategorieën op nog een andere manier nagaan: we kijken nu niet naar de evolutie van de verhouding tussen het aantal werkenden binnen een bepaalde leeftijdscategorie en de totale populatie van die leeftijdscategorie, zoals hierboven, maar we volgen een bepaalde bevolkingscategorie doorheen de verschillende jaren en kijken hoeveel mensen uit die groep aan de slag blijven. We weten immers dat wie in 2000 tot de categorie van 45- tot 49-jarigen behoorde, in 2005 tot de categorie van 50- tot 54-jarigen behoorde, in 2010 tot de categorie 55- tot 59-jarigen, en in 2015 tot de categorie 60- tot 64-jarigen. Door het aantal werkenden binnen die leeftijdscategorieën doorheen de jaren met elkaar te vergelijken, kunnen we dus nagaan hoeveel procent van de werkende bevolking binnen een bepaalde leeftijdscategorie vijf jaar later nog steeds aan het werk was. Of nog: hoeveel van hen de drempel van 50 jaar, van 55 jaar, en van 60 jaar met succes als werkende namen.

Screen Shot 2017-10-17 at 11.37.54

Lees: in de periode 2014-2016 was 94% van de Belgische werknemers die in de periode 2009-2011 tot de leeftijdscategorie 45- tot 49-jaar behoorden en aan de slag waren, nog steeds aan de slag: 94% van de werknemers slaagt er dus in om ook na hun vijftigste verjaardag aan het werk te blijven. Dit cijfer lag begin jaren ’90 op 85%, lager dan het toenmalige Nederlandse cijfer, maar is geleidelijk blijven stijgen, tot iets boven het Nederlandse cijfer.

Screen Shot 2017-10-17 at 11.38.02Lees: in de periode 2014-2016 was 82% van de Belgische werknemers die in de periode 2009-2011 tot de leeftijdscategorie 50- tot 54-jaar behoorden en aan de slag waren, nog steeds aan de slag: 82% van de werknemers slaagt er dus in om ook na hun vijfenvijftigste verjaardag aan het werk te blijven. Dit cijfer lag begin jaren ’90 op 65%, en is sinds het begin van de jaren 2000 in stijgende lijn, maar ligt nog steeds iets onder het Nederlandse cijfer, al verkleint de kloof wel langzaam.

Screen Shot 2017-10-17 at 11.38.10Het is echter bij drempel-60 dat het kalf gebonden ligt. In de periode 2014-2016 was amper 44% van de Belgische werknemers die in 2009-2011 tot de leeftijdscategorie 55- tot 59-jaar behoorden en aan de slag waren, nog steeds aan de slag. Meer dan de helft van de werkenden in België geeft er met hun zestigste verjaardag dus de brui aan. En, opvallend: alleen in de periode van paars is dat cijfer verbeterd, om vervolgens nauwelijks nog te veranderen – in tegenstelling tot in Nederland. Het is hier dat de kloof gemaakt wordt.

Wat leren we hieruit? België slaagt er wél meer dan vroeger in om werkenden voorbij de drempel van 50 jaar en 55 jaar aan het werk te houden; hier heeft België de kloof met Nederland (en Duitsland) verkleind. We slagen er echter niet beter in dan vroeger om wie na zijn/haar vijfenvijftigste maar vóór zijn/haar zestigste verjaardag nog aan het werk is, ook na de zestigste verjaardag aan het werk te houden. De stijgende werkgelegenheidsgraad bij 60- tot 64-jarigen is dus louter een gevolg van een grotere doorstroming van werkenden in de categorie 55- tot 59-jarigen, en niet van een succes in het slechten van de drempel van 60 jaar. Die blijft al sinds midden de jaren 2000 even hoog.

Dus is de vraag —en vandaar deze blogpost—: wat heeft België gedaan, of nagelaten te doen, dat de kloof met Nederland en Duitsland kan verklaren? Shoot.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s