Uitgelezen: “Nieuwe vrijheid”, van Gwendolyn Rutten

Er verschijnen veel politieke boeken in Vlaanderen, misschien wel te veel. Of beter, er worden in Vlaanderen veel boekjes geschreven door politici, en nog meer door hun anonieme ghost writers. Het levert de m/v die ons vanop de cover toelacht enkele kranteninterviews op en een tv-optreden (“een heus boek?”), de partijleden krijgen een exemplaar in hun handen geduwd, en enkele maanden later staat het pamflet te vergelen in het rek van de stadsbibliotheek, netjes in het gelid naast zijn lotgenoten, waar het sneller wordt vergeten dan het werd geschreven.


Ook Nieuwe vrijheid is zo’n boek.

De opdracht die Gwendolyn Rutten zichzelf aan het begin van Nieuwe vrijheid stelt is nochtans ambitieus en lovenswaardig: “Laten we de vrijheid heroveren. Opnieuw definiëren. Bakens verzetten en opnieuw op zoek gaan naar een nieuwe vrijheid voor een nieuwe tijd.”

Ze stelt immers vast dat we ons op een keerpunt van de geschiedenis bevinden —het lijkt een constante te zijn dat elke tijd zich uniek acht, een moment van ongeziene verandering—, en dat betekent ook dat we de oude waarden en begrippen die onze samenleving mee vorm hebben gegeven moeten herijken, dat we ze opnieuw moeten uitvinden voor de maatschappij die nu gestalte krijgt. En opdat ook die komende maatschappij georganiseerd zou zijn volgens de principes van de liberale democratie, die superieure samenlevingsvorm, moeten we precies het ideeëngoed dat aan die liberale democratie ten grondslag ligt durven herdenken. Daarom dus: op zoek gaan naar een nieuwe vrijheid voor een nieuwe tijd.

Bijzonder ambitieus, bijzonder lovenswaardig. Elke ideologie hoort van tijd tot tijd te herbronnen om zichzelf opnieuw te vinden — een oefening die niet alleen voor de eigen aanhang interessant is, maar voor iedereen die het niet onverschillig laat volgens welk plan aan de maatschappij waarin we leven gebouwd wordt. Het liberalisme is een sleutelideologie voor onze samenleving, vrijheid een sleutelbegrip. Dat begrip opnieuw definiëren voor onze tijd, zoals Rutten zich voorneemt, heeft dan ook een bijzonder belang: in het vormen van ons idee van vrijheid vormen we ons een idee van onszelf, van onze samenleving, en van onze plaats in de samenleving. Wat bedoelt Rutten dus met ‘vrijheid’? Hoe verschilt haar, naar eigen zeggen nieuwe, vrijheidsbegrip van het oude, dat blijkbaar niet meer voldoet voor deze nieuwe tijd? Waar botst haar vrijheidsbegrip op zijn grenzen? Hoe kan de samenleving het best de vrijheid van al haar leden garanderen, en volstaat het wegnemen van wettelijke belemmeringen om vrijheid te creëren?

Tweehonderdenacht pagina’s later kan ik alleen maar vaststellen dat als Rutten al een antwoord geformuleerd heeft op de vraag wat vrijheid vandaag betekent, het niet in Nieuwe vrijheid te vinden is.

Nergens komt Rutten verder dan de nogal primitieve voorstelling dat ‘meer vrijheid’ gelijk staat aan ‘minder regels’, en ‘minder regels’ gelijk staat aan ‘meer vooruitgang’. Mogelijke complicaties bestaan niet, laat staan een fundamentele bevraging van dit idee. Gevolg: Rutten vaart eerst uit tegen de “betutteling” en “regelneverij” die onze voortgang in de vaart der volkeren fnuiken, ze veroordeelt het doemdenken dat die bedilzucht motiveert en verwijst het naar de vuilnisbak: we hebben het immers nog nooit zo goed gehad als nu. – En om dit te staven haalt Rutten het voorbeeld aan van onze rivieren die eindelijk weer vol vis zitten.

Om een bekende boutade uit de Belgische politieke geschiedenis te parafraseren: volgens Rutten is de vis vanzelf uit onze rivieren verdwenen, en is ze er ook vanzelf weer in verschenen. Dat net haar eigen voorbeeld het belang van regulering en overheidsingrijpen aantoont om het welzijn van de hele samenleving te garanderen, lijkt haar compleet te ontgaan.

Dit is symptomatisch voor het hele pamflet. Nergens raakt Rutten verder dan het sloganeske, nergens durft ze ook maar een millimeter onder de oppervlakte te duiken. Wanneer we mensen vrij laten om naar eigen goeddunken te ondernemen, is vooruitgang verzekerd — klaar. Maar wat als individueel gewin leidt tot collectief verlies? Wat als de vrijheid die de ene voor zichzelf opeist, de welvaart en het welzijn van anderen ondermijnt? Wat als alleen overheidsingrijpen de mogelijkheden creëert waarin mensen in vrijheid hun welzijn kunnen nastreven? Niet alleen laat Rutten zulke vragen onbeantwoord, ze schijnen niet eens in haar op te komen. Dat twee partijen in een ongelijke machtspositie volstrekt ‘vrij’ laten om tot een vergelijk te komen er alleen toe dient om die ongelijke machtsverhouding te bestendigen, indien niet te versterken: als Rutten het al beseft, laat het haar volledig koud.

In een discussie over de kwalen van de islam (zo moedig is Rutten wel), stelt ze terecht dat de vrijheid van de ene stopt waar de vrijheid van een ander in het gedrag komt, en dat er geen sprake van kan zijn om de consequenties van individuele voorkeuren af te wentelen op de samenleving – maar ze lijkt geen enkel besef te hebben van een conflict tussen deze claim en de vrijheid die ze voor zichzelf opeist om te vervuilen zoveel ze wil en te wonen waar ze wil. Dat ook haar keuzes weleens sociale kosten met zich mee zouden kunnen brengen, ontgaat haar blijkbaar volledig.

Het is typerend voor het zogenaamd progressieve liberalisme van Rutten: het consacreert de vrijheid van wie fortuin heeft om te profiteren van wie minder fortuinlijk is. Helaas ontbeert ze de intellectuele eerlijkheid om deze consequentie ook onder ogen te durven zien.

Rutten pleit ervoor bedrijven volledig vrij te laten in het bepalen van de arbeidsvoorwaarden, en ontkent dat dit weleens zou kunnen leiden tot misbruik: ontevreden werknemers kunnen immers altijd hun beklag doen op Facebook, en dat zal komaf maken met elk misbruik. (Serieus. Cf. bijv. p. 42 of 47.) Ze erkent dat netwerken meer en meer over ons te weten komen, dit ten gelde maken, ons gedrag sturen zonder dat we er zelf zicht op hebben – maar doet met dit feit vervolgens helemaal niets, laat staan dat ze enige woorden zou wijden aan wat dit betekent voor de verhouding tussen individu en bedrijf in een ‘vrije’ samenleving.

Werkgevers volledig vrij laten in het opleggen van arbeidsvoorwaarden (de werknemer heeft tenslotte altijd de vrijheid ervoor te kiezen zijn inkomen te verliezen), progressieve inkomensbelastingen vervangen door een vlaktaks (zonder echter het lef te hebben het zo te noemen), komaf maken met elke vorm van vermogensbelasting (want, zo motiveert ze deze keuze, bezit is in deze tijden toch niet meer belangrijk) en die vervangen door een taks op gebruik, of nog, het verder verhogen van de regressieve consumptiebelastingen: het resultaat is een uitermate regressieve samenleving ontsproten uit de koker van een uitermate regressief liberalisme dat armoede in dit land zou doen ontsporen en de ongelijkheden doen exploderen. Dat dit een lachertje maakt van haar bewering dat ze mensen “gelijk aan de start” wil krijgen, is niet meer dan een zoveelste contradictie in een betoog dat zelfs niet met haken en ogen aan elkaar hangt. Nieuwe vrijheid? Negentiende-eeuwse slogans.

Misschien nog een laatste voorbeeld. In een liberale samenleving moet iedereen z’n leven naar eigen inzicht kunnen inrichten. Hoezeer we een gebruik ook absurd vinden, een levenskeuze onbegrijpelijk, ja zelfs “achterlijk”, hoezeer het ook afwijkt van wat de gebruiken van de meerderheid van de bevolking zijn: zolang de manier van leven van de ene geen inbreuk vormt op de vrijheid van een ander om zijn leven naar eigen inzicht in te richten, heeft de samenleving daar verder geen zaken mee. Rutten maakt daarvan: “Wie overdrijft brengt de vrijheid in gevaar. Dat is de essentie van de oproep om ‘normaal’ te doen. Normaal betekent ‘wat hier de norm is’.” Tot zover het liberalisme van Rutten.

Dat men dit pamflet enige aandacht waardig vindt in plaats van het gegeneerd te negeren, volstaat op zich als de meest harde veroordeling van het intellectuele niveau van deze generatie politici.

— Dit stuk verscheen in het juni-nummer van Samenleving en Politiek.

Een gedachte over “Uitgelezen: “Nieuwe vrijheid”, van Gwendolyn Rutten

  1. Dus Rutten gebruikt soms argumentatie die niet helemaal coherent is. Tiens…
    (Dankjewel voor het stuk. K. had de spanning wat opgebouwd, waardoor de verwachtingen nog iets hoger lagen…)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s