Een kennis uit mijn studententijd: ze leerde haar vriendin kennen, trouwde, en ondertussen pronken de gelukkigen met het kind dat ze in hun midden hebben mogen verwelkomen; de studentes van toen zijn nu een warm, hecht gezinnetje. Alles peis en vree? Helaas. Hun neefje mag hen niet zien, zijn ouders verbieden het. De ontaarden zouden hem maar op het verkeerde pad brengen, met hun tegennatuurlijke gebruiken, hem de verkeerde ideeën geven, alsof het normaal is dat twee vrouwen samenhokken en zelfs een kind hebben. Voor je ’t weet wordt hij zelf ‘zo’.

Een geïsoleerd geval? Opnieuw: helaas. Het blijft voor velen een gevecht van elke dag om aanvaard te worden voor wie ze zijn, en voor anderen -hun familie, hun buren en kennissen- om hen te aanvaarden zoals ze zijn. De mensen in hun omgeving willen heus wel van goede wil zijn, maar het is zo verdomd moeilijk, dat gevoel dat het niet juist is zit zo diep geworteld in hun oervlaamse ziel.

In het coconnetje waarin ik mij comfortabel genesteld heb klinken zulke verhalen eerder als legendes uit lang vervlogen tijden, spookverhalen waarmee we elkaar vermeien, of bieden ze een ontluisterende inkijk in het leven van ‘die vreemden’ in ons land; het is niet iets van ‘ons’. Alsof maar niet tot ons wil doordringen wat zovelen thuis, bij familie, op de voetbalmatch te horen en te zien krijgen, over wat ze eigenlijk denken van “die homo’s”, dat ze “allemaal mogen doen wat ze niet laten kunnen, waar ik het niet hoef te zien, maar trouwen? een kind? dat is toch niet normaal.” Alsof we niet willen weten dat onze premier -nota bene een liberaal- nog maar enkele jaren geleden in het parlement een vurig pleidooi hield tegen het recht op adoptie voor homoparen.

Dat is het merkwaardige: in het publieke debat in Vlaanderen, in kranten en op televisie, is die conservatieve blik nauwelijks terug te vinden – hoogstens om te kijk te zetten, in een schouwspel waar vreemde mannen in vreemde gewaden vreemde dingen zeggen. Haast niemand durft zijn nek uitsteken, stem geven aan het gevoel van nog steeds vele Vlamingen. In het dagelijkse leven is het schering en inslag, maar op het publieke forum, voor ‘gezagsdragers’, politici die het ver willen schoppen, intellectuelen, is kanttekeningen plaatsen uit den boze. Alsof we het leven en denken van een grote groep Vlamingen weggummen: niet iets waar we verder veel woorden aan vuil willen maken, niet iets dat we willen weten, en het maakt het ook zo moeilijk ons af te zetten tegen die andere anderen, vreemden: straks blijken onze verlichte normen en waarden minder goed verankerd te zijn in onze maatschappij dan we onszelf willen doen geloven.

En ondertussen wint de oerconservatieve katholiek François Fillon met sprekend gemak de voorverkiezingen voor het Franse presidentschap.

— — —

Dit stuk verscheen op 29 november in De Morgen.

Een gedachte over “

  1. Ach Matthias hoelang staan wij al op de barricaden?Ten gronde is er niet veel veranderd sinds die bewuste 4de augustus 1994, toen we in het knusse coconnetje van ons gezin geconfronteerd werden met het gegeven. Ja, ze mogen trouwen, ja, ze mogen kinderen adopteren. That’s it. En de slinger van Foucauld zwaait weer langzaamaan de andere kant uit.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s