Komt de herfst, rammelt het Zomerakkoord uit elkaar

Dankzij het rammelende Zomerakkoord van deze regering weten we dat er mensen zijn die over iets meer dan een jaar met pensioen zullen gaan en die een lager of zelfs veel lager pensioen zullen krijgen dan hen tot nu toe voorgespiegeld werd. Alleen kan niemand met zekerheid zeggen wie die mensen zijn, op welke grond hun pensioen verlaagd zal worden, en hoeveel zij zullen verliezen. Het enige dat geweten is: die verlaging van de pensioenen zal de begroting twintig miljoen euro opleveren. Elk beetje helpt om het gat te vullen dat de verlaging van de vennootschapsbelasting zal achterlaten.

Nu ja, kan echt niemand het zeggen? Vincent Van Quickenborne wist het wel: vijftig-plussers die hun job verloren, zouden veel sneller terugvallen op de minimumberekening en daardoor een lager pensioen ontvangen. De minister van Pensioenen Daniel Bacquelaine bevestigde dit in een persbericht dat hij gisterenavond liet verspreiden. Maar Gwendolyn Rutten wist wel beter dan haar partijgenoot en de minister van Pensioenen in haar regering: “Fake news!“, tweette ze — de formulering van eenieder die iets liever niet weten wilt.

Op de toch wel eenvoudige vraag wie dan wél pensioen zou verliezen, moest ze het antwoord echter schuldig blijven. “Fake news!”, en daarmee was de kous af. Ik durf niet te denken dat ze werkelijk gelooft dat ze twintig miljoen euro minder pensioen kan uitbetalen dan voorzien zonder iemand een lager dan voorzien pensioen uit te keren. Dat de mensen om wie het gaat in onzekerheid moeten leven: het zal haar een zorg zijn. Dat een (veel) lager dan voorzien pensioen voor sommigen van hen kan betekenen dat ze plots in armoede belanden, hun huur niet meer zullen kunnen betalen, niet weten hoe rond te komen: het maakt haar zaak niet. “Fake news!“, en kan het nu terug over iets relevants zoals kermisattracties gaan, alstublieft?

De andere optie was natuurlijk geweest om de genomen beslissing te verdedigen. De logica erachter is immers eenvoudig: het verschil tussen werken en niet-werken moet groter, en om dat te bereiken gaan we niet de pensioenen van wie gewerkt heeft verhogen, maar de al lage pensioenen van wie zijn werk verloor verder verlagen – waarmee deze regering verder gaat op de weg die de vorige regering in al haar dwaasheid insloeg. Een man of vrouw die zijn werk verliest en zijn inkomen de dieperik ziet ingaan, krijgt nu dus te horen -de kers op de taart- dat ook hun pensioen eigenlijk toch wel veel te hoog is voor zo’n luiwammessen. Alsof iemand die het moeilijk heeft nog een beetje dieper duwen hetzelfde is als een job voor hen creëren.

Moet werken dan niet beter beloond worden dan niet-werken? Twee op drie mensen in een gezin waar niet of nauwelijks gewerkt wordt, leeft in armoede. Tien jaar geleden was dat ‘maar’ de helft. Bij gezinnen met kinderen ten laste loopt dat aandeel van mensen in armoede op tot tachtig procent: een stijging van vijftien procent op tien jaar tijd. Het gezin waar de kostwinner zijn werk verliest, wordt daar nu dus al voor gestraft met een leven in armoede. Is dat niet genoeg? Is het nooit genoeg? Zijn wij echt zo’n wrokkige samenleving dat zij nog harder gestraft moeten worden?

— Dit stuk verscheen op 5 september in De Morgen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s